Model brain isolated on a white background

Hoofdstuk 3: Onze mentale bioscoop

Het beste aan het verleden is dat het voorbij is
Het beste aan de toekomst is dat het nog niet is begonnen
Het beste aan het heden is dat het hier en nu is

– Richard Bandler –

Zie wat er gebeurt. Linda had een traumatische ervaring. Had. En gelukkig maar, dat alle traumatische ervaringen in het verleden hebben plaatsgevonden. Dat is namelijk precies de plek waar ze thuishoren: in het verleden. Het klinkt misschien flauw en overbodig om te zeggen dat ervaringen in het verleden thuis horen. Toch gaan we er in gedachten niet zo mee om. Probleem was niet dat Linda deze ervaring heeft gehad. Probleem was dat ze de ervaring keer op keer mentaal ging herhalen. In het hier en nu. Wat Linda deed was iets wat de meeste mensen doen: het blijven afspelen van vervelende gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Net zolang tot je hetzelfde gevoel weer opnieuw hebt. Therapeuten in de Freudiaanse traditie noemen dat catharsis of herbeleven en is het een “techniek” om het verleden te verwerken. Ik noem het het Syndroom van Stupidiodus. Terwijl de meeste therapeuten het erover eens zijn dat deze Freudiaanse techniek inmiddels achterhaald is, is dit wel de dagelijkse praktijk van veel mensen. Negatieve gebeurtenissen in het verleden worden keer op keer herhaald. Een meningsverschil met een collega, een ruzie met je partner, een onenigheid met een buurvrouw…..

“Ik denk, dus ik besta.” Een beroemde uitspraak van de Griekse filosoof Aristoteles. Het is mede door deze uitspraak dat we in afgelopen duizenden jaren steeds meer waarde zijn gaan hechten aan onze gedachten. We hebben onze gedachten bijzonder veel macht gegeven. Het is onze kracht en tegelijkertijd onze zwakte. Het vermogen van de mens om te denken heeft ons ver gebracht. Het heeft ervoor gezorgd dat we allerlei uitvinden kunnen doen, plannen kunnen maken en met elkaar kunnen samenwerken. Er gaat echter ook een grote zwakte schuil achter het vermogen om te denken. In de praktijk zijn je gedachten nogal eens negatief. Zo produceer je allerlei doemscenario`s over een toekomst die nog niet heeft plaatsgevonden. Zo bedenk je wat er allemaal mis kan gaan als je jouw dromen laat uitkomen. Of je gaat in gedachten terug naar het verleden en laat beelden voorbij komen van negatieve gebeurtenissen. Beelden van een ruzie die je hebt gehad, situaties waarin je hebt gefaald of boos bent geworden. Volledig nutteloos laat je de herinneringen keer op keer terugkomen en beïnvloedt het je denken, doen en voelen in het hier en nu. Gedachten zijn functioneel wanneer je plannen en afwegingen maakt en beslissingen moet nemen. Ze worden echter belemmerend wanneer je negatieve ervaringen maar blijft herhalen in je hoofd. Of wanneer je beelden van toekomstige situaties voor je gaat zien. Situaties die nog niet hebben plaatsgevonden en wellicht of waarschijnlijk ook nooit zullen gaan plaatsvinden.


Herkennen van jouw interne bioscoop
Laatst zei één van mijn deelnemers tegen me: “Volgens mij maak ik helemaal geen beelden. Toch voel ik mij vaak angstig als ik bijvoorbeeld een prestatie moet leveren op mijn werk. Kan dat?” Het is een veelgehoorde opmerking. Ik vertelde: “Probleem van mentale films is dat je veelal niet in de gaten hebt wat je aan het doen bent. Het is zo´n gewoonte geworden dat je niet meer door hebt dat je negatieve films aan het bekijken bent.” Terwijl ik dit aan het vertellen was zag ik door zijn oogbewegingen dat hij zelfs op dit moment bezig was met het maken van mentale beelden. Ik besloot er niet langer over te praten en hem gewoon te laten kijken naar zijn eigen mentale bioscoop. Ik vertelde hem: “Jeroen, ik ga het makkelijk maken voor je. Een snelle manier om je bewust te worden van je mentale bioscoop is verrassend genoeg: meditatie. Wees gerust, we gaan niet 20 minuten met onze ogen dicht zitten. 1 minuut is al voldoende”. Ik vroeg Jeroen om in gemakkelijke, maar alerte positie plaats te nemen, zijn ogen te sluiten en zich te richten op zijn ademhaling. Dat is alles. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker voor iemand zoals Jeroen die nog nooit eerder heeft gemediteerd. Dat was ook mijn bedoeling. Ik wist dat de aandacht van Jeroen binnen die minuut talloze malen weg van zijn ademhaling zou zijn. Wat gebeurt er wanneer je probeert te mediteren? Precies. Je aandacht gaat voortdurend van de ene gedachte naar de andere. Of anders gezegd: van het ene beeld naar het andere beeld. Dit is precies exact wat er bij Jeroen ook gebeurde. Terwijl Jeroen -ongewild weliswaar- beelden aan het bekijken was in zij mentale bioscoop vroeg ik hem: “Wat zie je? Welke beelden komen er langs?” Ik gaf Jeroen de tijd en na enkele seconden instrueerde ik nogmaals: “Iedere keer als je verwikkeld raakt in een bepaalde gedachte, dan keer je weer terug naar je ademhaling.” Ik wist dat Jeroen op deze manier onherroepelijk geconfronteerd zou worden mij de beelden in zijn hoofd. Na een minuut opende Jeroen spontaan zijn ogen en vertelde: “Dit was ongelooflijk. Ik maak inderdaad beelden. Ik was mij er nooit zo van bewust, maar iedere keer als ik mijn aandacht op mijn ademhaling richtte, dan kwam er na enkele seconden weer allerlei beelden van langs. Herinneringen, maar ook beelden van de dingen die ik vandaag nog moet doen. Ik moet zo nog langs de supermarkt en dat zag ik mijzelf doen ik gedachten.” Jeroen was verbijsterd van de eenvoudige ontdekking dat ook hij continu beelden maakt. “Zou het kunnen zijn dat mijn mentale beelden de oorzaak zijn van de angst die ik vaak ervaar?” Ik legde Jeroen uit dat beelden ongemerkt invloed uitoefenen op hoe je denkt, doet en voelt. Het is de reden dat je je in bepaalde situaties angstig voelt. Of stress ervaart. Of neerslachtigheid. Maar ook met plezier terugdenkt aan een leuke gebeurtenis. Of uitkijkt naar een toekomstige situatie.

Een andere eenvoudige test die ik vaak met mensen doe is de volgende. Beantwoord eens de volgende vragen: hoeveel poten heeft het favoriete meubel in jouw huis? Hoeveel ramen heeft je woonkamer? Welke kleur heeft jouw voordeur? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moet je beelden maken. Sommige beelden zijn heel groot, helder en vol kleur. Andere zijn klein, vaag en zwart-wit. Iedereen denkt in beelden. Pak maar eens een voorwerp en bekijk het goed. Sluit vervolgens je ogen en zie het voorwerp in gedachten voor je. Doe weer je ogen open, bekijk wederom het voorwerp met je ogen open. Sluit nu weer je ogen en zie het voorwerp in gedachten. Nu met nog meer details dan de vorige keer. Wat zie je met je ogen dicht? Exact het voorwerp!


De reden dat mensen problemen hebben is dat ze te veel tijd hebben om te denken.
– Richard Bandler –


We denken in beelden
Waar Jeroen achterkwam was iets wat de Griekse filosoof Aristoteles meer dan 2000 jaar geleden al had ontdekte: we denken in beelden. Ofwel in de vorm van stilstaande foto’s of in bewegende films. Sterker nog: het is onmogelijk om te denken zonder beelden. Om de eenvoudige vragen in de vorige paragraaf te kunnen beantwoorden heb je bewust of onbewust één of meerdere beelden moeten maken. Als je gaat nadenken over wat je morgen allemaal gaat doen, dan zie je de beelden in je hoofd van mogelijke activiteiten en situaties. In je hoofd heb je een mentale bioscoop die doorlopend voorstellingen heeft lopen. Een voorbeeld van beelden die we allemaal kennen zijn ons dromen. We zijn verwikkeld in onze mentale bioscoop alsof we alles in werkelijkheid beleven. De kleuren, scherpte en diepte van de beelden zijn in onze dromen zo realistisch dat ze niet van echt zijn te onderscheiden. Herinneringen uit het verleden kunnen op een soortgelijke manier werken. Maar ook gedachten over de toekomst of visualisaties van gebeurtenissen die (nog) nooit hebben plaatsgevonden. We denken in beelden. Veelal onbewust. De reden dat sommige mensen hieraan twijfelen is dat de beelden soms zo snel en daardoor onbewust in het brein aanwezig zijn. Als je vrijheid wilt ervaren in je denken, doen en voelen, dan is het essentieel om bewust te worden van de manier waarop je denkt. Dat je de bouwstenen van je gedachten leert herkennen en veranderen. Jouw gedachten bestaat uit vijf verschillende bouwstenen. Wanneer je denkt, doe je dat door het maken van beelden (of films), geluiden, gevoelens, geur en smaak. Wat gebeurt er in je gedachten als ik je vraag naar jouw lievelingsgerecht? Je ziet het gerecht voor je, wellicht kijk je door je eigen ogen of zie je jezelf. Wellicht praat je tegen jezelf en ruik of proef je het gerecht zelfs in je mond. Wat heb je gisterenochtend gedaan? Wederom, je ziet een beeld of film, met jezelf erin of je kijkt door je eigen ogen. Negatieve gevoelens, zoals angst, verdriet, woede worden veroorzaakt door slechte, negatieve beelden. Problemen ontstaan doordat je films en beelden gaat bekijken van dingen die je angstig maakt, verdrietig of boos. Je maakt de films levensgroot, vol actie en kleur. Je praat negatief tegen zichzelf met bijvoorbeeld een harde, scherpe stem. Mensen die angstig zijn om een presentatie te geven, zien zichzelf op mentale foto´s en bewegende beelden mislukken. Op allerlei manieren en in vol detail. Voordat de presentatie daadwerkelijk plaatsvindt, is de film al duizenden keren afgespeeld en ben je dodelijk nerveus.

Denk eens aan een toekomstige gebeurtenis waar je tegenop ziet, bijvoorbeeld omdat het angst of zenuwen oproept. Om deze angst of zenuwen te voelen moet je -toen ik het je vroeg- beelden zijn gaan bekijken die de angst hebben geactiveerd. Beelden waarin je er zelf niet goed afkwam. Het probleem is niet dat we beelden maken. Net zoals Jeroen met een eenvoudige oefening ontdekte dat hij beelden maakte, doen we dit allemaal doorlopend. Wanneer je nadenkt over het verleden of toekomst. Het maken van beelden is wat je doet wanneer je “denkt” en “gedachten” hebt. Waar de meeste mensen zich veelal niet van bewust zijn is het feit dat beelden een enorme invloed hebben op hoe je je voelt en wat je doet. Het verklaart waarom je:

 

  • angstig wordt van situaties die nog moeten plaatsvinden in de toekomst
  • gemotiveerd bent om doelen te bereiken
  • je doelen eerder nog niet hebt bereikt
  • verdrietig wordt over ervaringen uit het verleden
  • je kwaad kunt maken over wat iemand gisteren zei of deed

Problemen ontstaan wanneer je allerlei negatieve scenario´s gaat zien van gebeurtenissen die nog niet hebben plaatsgevonden. Of wanneer je de beelden blijft terugkijken van negatieve gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Kortom, wanneer je gedachten hebt -in de vorm van foto´s of films- die je tegen werken om je te voelen hoe je graag wilt voelen. Wanneer het je beperkt om emotionele vrijheid te ervaren. Laten we eens kijken naar een aantal voorbeelden waarin de kracht van beelden duidelijk wordt…


Teleurstelling vereist de nodige voorbereiding
– Richard Bandler –

Jouw Slechte B-films I: Chocoladekoekjes
Ken je dat gevoel? Je hebt een pakje koekjes in dat ene kastje liggen of dat heerlijke stuk chocolade in de voorraadkast. Maar je hebt als doel gesteld om gezonder te gaan eten en minder te snoepen. En dus probeer (!) je om niet te denken aan de koekjes die in de kast liggen. Maar hoe harder je probeert om er niet aan te denken, hoe moeilijker dat wordt. Je ziet je zelf in je hoofd al dat pakje koekjes of die reep chocolade eten. En je houdt het misschien 5 minuten vol, misschien 30 of zelfs een uur…maar er komt een moment op die avond dat je de drang niet langer kunt weerstaan. Dat heeft niets met de koekjes te maken. Die zijn immers weggeborgen en kun je niet eens zien, ruiken of voelen. Het komt omdat je je mentaal aan het kwellen bent. Het zijn de gedachten in de vorm van beelden, geur en smaak die ervoor zorgen dat je een onweerstaanbare drang krijgt in de chocoladekoekjes en je doel van gezond eten daarmee niet haalt. Welk doe je je zelf ook stelt, als je het doel daadwerkelijk wilt bereiken zul je controle willen krijgen over de beelden die je in je hoofd maakt.

Jouw slechte B-films II: Presentatie-Angst

Stel je voor dat je over een aantal weken een presentatie moet geven en je bent je nu al zenuwachtig aan het “maken”. Het is niet de presentatie waar je zenuwachtig door bent. De presentatie moet immers nog plaatsvinden. Het zijn de gedachten die voor het vervelende gevoel zorgen. Weet je wat het verschil is tussen mensen die vol zelfvertrouwen een presentatie geven en anderen die zenuwachtig zijn? Ze hebben hele verschillende beelden in hun hoofd ter voorbereiding op hun presentatie. Mensen die zenuwachtig zijn, hebben allerlei slechte B-films in hun hoofd. Ze zien zichzelf de presentatie houden waarbij er van alles misgaat. Ze zien zichzelf zweten, het publiek dat ze uitlacht en niet meer weten wat je moet zeggen. Hoe zit dit bij mensen die vol zelfvertrouwen voor een groep kunnen staan? Hoe doen zij dat? Dit heeft alles te maken met de mentale voorbereiding. Mensen die vol zelfvertrouwen een presentatie geven hebben een hele andere mentale voorbereiding. Zij zijn in staat om negatieve beelden letterlijk opzij te schuiven. In plaats daarvan zien ze in gedachten een publiek dat vol interesse aan het luisteren is. Ze zien zichzelf rustig en vol zelfvertrouwen de presentatie geven. De mentale bioscoop van een goede presentator en een slechte presentator zijn wezenlijk anders. Wil jij een doel bereiken dan is het van essentieel belang dat jouw plaatjes in je hoofd overeenkomen met het doel. Wil je leren om vol zelfvertrouwen goede presentaties te geven? Dan moet je de slechte B-films waarin je presentaties verpest, weggooien en vervangen voor films waarin je jezelf een goede presentatie ziet geven. Een voorstelling waarin jij de hoofdrol speelt en vol zelfvertrouwen, rust en kracht voor een groep staat.

 

Slechte B-films III: Traumatische ervaringen

Een extreem voorbeeld van de enorme invloed die onze mentale bioscoop op ons kan hebben is mensen met zogeheten Posttraumatische Stress Stoornis (PTST). Mensen met PTST hebben in het verleden een traumatische ervaring gehad, bijvoorbeeld een oorlog, verkrachting of brand, en worden in gedachten nog dagelijks geconfronteerd met de beelden. Elke dag weer draaien ze de film in hun hoofd af. Alles wat toen is gebeurd, laten ze regelmatig terugkeren in hun eigen mentale bioscoop. Veelal vol kleur, beweging, geluid en spannende cameraopstellingen. Ze beleven de ervaring uit het verleden elke dag weer opnieuw. Niet in werkelijkheid, maar in gedachten. Voor het lichaam en de geest is er echter geen verschil tussen of iets in werkelijkheid weer opnieuw plaatsvindt of “slechts” in gedachten. De effecten zijn er niet minder om. Als je je maar iets levendig genoeg voorstelt met voldoende kleur en beweging, maakt het voor het brein geen verschil of iets op dat moment echt gebeurt of alleen in je hoofd afspeelt. Het heeft een directe invloed op je stemming en daarmee op je gedrag.


Gedachten beïnvloeden de chemische processen in je brein
Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het levendig voorstellen van een activiteit dezelfde neuronen activeert als het daadwerkelijk uitvoeren van dezelfde activiteit in werkelijkheid. Onze hersenen bevatten miljarden cellen (neuronen) die in staat zijn om met elkaar te communiceren via neurotransmitters. Onze gedachten hebben de invloed om neurotransmitters te blokkeren of juist te activeren. Zodra neurotransmitters worden geblokkeerd of geactiveerd ontstaan er emoties, zoals stress, depressie, boosheid, angst, maar ook liefde, plezier, passie en innerlijke rust. Laten we een experiment doen. Denk eens aan de belangrijkste, leukste, liefste, meest waardevolle persoon in jouw leven. Zie hem of haar voor je –vol kleur, groot, scherp en aanwezig. Hoor wat hij of zij zegt, hoe het gezegd wordt en voel hoe dat bij je binnenkomt. Maak de beelden nog groter en kleurrijker. Zie de persoon voor je en maak het beeld zo aantrekkelijk mogelijk. Voel hoe dat voelt in je lichaam en verzink in dat gevoel……

In deze eenvoudige oefening ervaar je al hoe krachtig een beeld kan werken. Je voelt je positief wanneer je een positief beeld maakt. Zo eenvoudig is het. Nadat je je brein de instructie hebt gegeven om een beeld te maken van iemand, worden er allerlei neurotransmitters in je brein geactiveerd. Deze neurotransmitters zorgen ervoor dat je een gevoel ervaart. Dus jij geeft een instructie aan je brein voor het maken van een beeld, vervolgens wordt dat beeld gemaakt en zorgt dat ervoor dat een combinatie van neurotransmitters wordt geactiveerd. Het eindresultaat van dit proces is dat je een emotie ervaart. Je voelt je bijvoorbeeld vrolijk, optimistisch, of liefdevol. Nu is dit een eenvoudig experiment. In de volgende paragraaf lees je enkele verbluffende resultaten van hetgeen neurowetenschappers de afgelopen decennia hebben ontdekt: de kracht van onze gedachten.


Harvard´s piano onderzoek
Neurowetenschappers aan Harvard universiteit leerden proefpersonen een eenvoudige combinatie van een pianospel. Een beginners deuntje waarbij ze al hun vijf vingers voor nodig hadden. Ze werden geïnstrueerd om dezelfde oefening hiervoor te doen voor twee uur per dag en dit vijf dagen achter elkaar. Een andere groep oefenden hetzelfde pianospel, niet fysiek maar “slechts” in gedachten. Ook deze groep oefende het deuntje twee uur per dag voor vijf dagen achter elkaar. Aan het einde van de vijf dagen onderzochten de wetenschappers het brein van beide groepen proefpersonen. De conclusie van de wetenschappers: er was geen verschil in het brein te zien tussen de groep die het pianospel in werkelijkheid oefenden en de groep die dit in gedachten deed. Het deel van het brein dat verantwoordelijk was voor het pianospel was in beide groepen significant gegroeid als gevolg van de oefening. Dit was niet de enige conclusie van het onderzoek. De wetenschappers waren ook nieuwsgierig naar de vaardigheid van de proefpersonen om het pianospel in werkelijkheid te kunnen laten horen. Wederom was de conclusie van het onderzoek verbluffend. De groep die het pianospel slechts in gedachten had gerepeteerd -en dus met geen vinger een piano had aangeraakt- was bijna even goed in het laten horen van het muziekstuk als de andere groep. Na slechts 1 dag fysiek oefenen op een piano waren ze zelfs even goed geworden als de andere groep die dit vijf dagen lang had gedaan. Onderzoekers van het medisch onderzoekscentrum Cleveland Clinic besloten om het onderzoek van Harvard te herhalen en ontdekten nog meer. De proefpersonen die het pianospel fysiek hadden geoefend lieten een toename van vingerkracht zien van 53% na 12 weken oefenen. De groep die het pianospel in gedachten had gedaan, zonder daarbij de vingers hebben getraind, liet een stijging van 35% in de kracht van hun vingers zien.

Onderzoekers onder leiding van dr. Verdelle Clark van Wayne State University wilde achterhalen in welke mate visualisatie -het bewust creëren van beelden in ons brein- de fysieke sportprestaties beïnvloed. Vooraf werden basketballers geselecteerd en werd van alle spelers de zogeheten “vrije worp” score bepaald. Dit werd gebruikt als objectief criterium om de prestaties voor en na het experiment goed met elkaar te kunnen vergelijken. Vervolgens werden de spelers willekeurig in drie groepen verdeeld. De eerste groep mocht 30 dagen lang geen bal aanraken, maar moesten dagelijks een visualisatie-oefening doen van de vrije worp. De tweede groep spelers ging fysiek de vrije worp oefenen, elke dag een uur. De derde groep deed niets, zowel niets fysiek als mentaal. Na 30 dagen werd opnieuw de vrije worp score vastgesteld en de resultaten waren verbluffend:

– Groep 1: Had slechts mentaal geoefend. Deze groep liet een gemiddelde verbetering zien van 23% na 30 dagen visualisaties (onder specifieke subgroepen steeg dit percentage zelfs tot 38%). Zonder ook maar een bal aan te raken!

– Groep 2: Had fysiek geoefend. Deze groep liet een gemiddelde verbetering zien van 24% na 30 dagen oefenen.

– Groep 1: Noch fysieke, noch mentale oefening. Deze groep liet géén verbetering zien in de vrije worp.

Na dit onderzoek zijn er talloze soortgelijke onderzoeken geweest die de kracht van onze gedachten bevestigen. Het zijn uiteenlopende onderzoeken met dezelfde conclusie: onze gedachten zijn van grote invloed op hoe we ons voelen en waartoe we in staat zijn. Niet alleen bij sportieve doelen, maar bij elk doel waarbij je je vaardigheden, gedrag, overtuigingen en waarden op een hoger niveau wilt brengen.


Het plastische brein
Hoe werkt dit nu in je brein? Hoe kan het zijn dat het je levendig voorstellen van gedrag of vaardigheid hetzelfde effect heeft als het werkelijk uitvoeren van het gedrag? Wanneer we ons iets voorstellen is het voor het brein alsof dat daadwerkelijk plaatsvindt. Dit komt omdat ons brein “plastisch” is, ook wel bekend als “neurale plasticiteit”. Eenvoudig gezegd betekent dit dat je brein kneedbaar is. Je brein past zich aan aan de ervaringen die je hebt, de emoties die je dagelijks ervaart en de gedachten die je hebt. Datgene wat je regelmatig denkt, doet of voelt laat een afdruk na in je brein. Het brein van een professionele schaker ziet er in specifieke gebieden van brein ontwikkelder uit dan van iemand anders. Hetzelfde geldt voor iemand die piano, viool of gitaar heeft leren spelen. Als gevolg van het regelmatig oefenen van de vaardigheid is het brein zich in dit gebied gaan ontwikkelen. In hersenscans kunnen we tegenwoordig zien dat er meer vertakkingen zijn ontstaan.

Uitgebreid onderzoek wijst uit dat hetzelfde proces plaatsvindt bij de gedachten die we hebben. Als je het jezelf hebt “aangeleerd” om regelmatig negatieve gedachten te hebben, dan is dit terug te vinden in je brein. Het negatieve denken is een vaardigheid geworden waarin je expert bent geworden. Heeft je brein eenmaal een pad aangelegd, gaat het het liefste dat pad aflopen. Dus heb je vaak negatieve gedachten, dan wordt het op den duur steeds makkelijker en voelt het zelfs “fijn” aan om negatief te denken. Je kunt het vergelijken met wanneer je links- of rechtshandig bent. De ontwikkelde arm is sterker dan de andere en het is die arm die je het liefste en makkelijkste gebruikt. Het goede nieuws is dat je brein dus ook positief te ontwikkelen is. Net zoals je het jezelf kunt aanleren om “goed” te worden in negatief denken, kun je het jezelf aanleren om je negatieve denken zwakker te maken en je positieve denken sterker te maken. Het vereist oefening, omdat de neurale paden van negatief denken zo sterk zijn geworden dat je bij het minste geringste negatief gaat denken. Als je voor het eerst in de sportschool komt kan het zwaar en pijnlijk aanvoelen. Je doet oefeningen die je wellicht nooit eerder hebt gedaan. Het voelt ongemakkelijk en je krijgt spierpijn. Maar houd je vol en blijf je trainen, dan zul je na verloop van tijd merken dat je na verloop van tijd de positieve invloed ervaren op je lichaam en hoe je je voelt.


De meest gelukkige man van het dorp
In een klein dorp leefde eens een man die altijd gelukkig en vriendelijk was. Hij glimlachte veel en wist altijd positief te spreken met en over anderen. Na een ontmoeting met deze man voelde iedereen zich beter, gelukkig en lichter. Hij werd door zijn dorpsgenoten beschouwd als goede vriend. Eén van zijn dorpsgenoten was nieuwsgierig en wilde graag weten wat zijn geheim was. Hoe was het mogelijk dat hij altijd zo gelukkig leek te zijn? De man antwoordde, “Wanneer je rust in jezelf vindt vind je ook de rust in anderen. Vriendelijkheid en gelukkig zijn volgt dan automatisch. Belangrijk is dat je je gedachten onder controle hebt. De menselijke persoonlijkheid is als een geprogrammeerde robot. Je gedachten en gewoontes zijn programma’s die jouw persoonlijkheid vormen. Wanneer je de vrijheid hebt om zelf je eigen programma’s te kiezen, heb je toegang tot je innerlijke vermogens. Hiervoor moet je wel een hoop werk doen. Goede gewoontes en positieve gedachten moeten worden ontwikkeld. Dit is niet een eenvoudige taak die je in een dag kan volbrengen” benadrukte de man. “Leer om je gedachten tot rust te brengen. Vrij van negatieve beelden en vrij van negatieve gesprekken met jezelf.” “Is dat alles??” vroeg de dorpsbewoner. “Dat is alles. Zodra je dat kan, is de weg vrij om alles wat je wilt te bereiken en gelukkig te zijn.”

Dat is “alles”. Maar de vraag is natuurlijk: hoe doe je dat? Hoe ruim je je negatieve gedachten op? In de komende paragrafen ga ik je een aantal eenvoudige technieken leren. Doe ze regelmatig en je zult ontdekken dat het opruimen van negatieve gedachten een gewoonte wordt. Een automatisme waar je niet langer bewust over hoeft na te denken om het te doen…..

 

Het probleem is de oplossing
– Stephan Gilligan –
 

Angst voor de lift
Eén van de meest snelle interventies ik heb gedaan was in een lift in het World Trade Center Amsterdam. Terwijl we aan het wachten waren voor de lift naar beneden te komen, vertelde een vrouw van in de twintig me dat ze -normaal gesproken- liften koste wat het kost wist te vermijden. Ze was zichtbaar zenuwachtig en maakte ze zich zorgen over de ervaring die haar te wachten stond. Het feit dat ze nog niet in de lift zat én ze zich wel angstig voelde, was voor mij indicatie dat het probleem zat in de mentale processen die bij haar actief waren. Niet de werkelijke ervaring van in de lift zitten was het probleem, maar hetgeen ze in haar hoofd deed voorafgaand aan de ervaring. Ik wist dat ik weinig tijd had, maar was vastberaden om haar uit haar lijden te verlossen. De pijn die ze zichzelf oplegde was onnodig. Ik vroeg haar sinds wanneer ze last had van deze angst. Ze vertelde me: “Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik als klein kind opgesloten zat in de bezemkast van mijn lagere school. Voor de grap ging ik in de kast zitten, maar wat ik niet wist was dat een klasgenoot de sleutel had omgedraaid en wegliep. Toen ik eruit wilde komen, lukte dat niet en kreeg ik het spaansbenauwd.

Na enkele minuten werd ik bevrijd en was ik opgelucht, maar die ervaring heeft me getekend voor het leven.” Sindsdien was ze bang voor kleine ruimtes uit angst dat ze er niet meer uit kon komen. Wat was er gebeurd? Deze ervaring had ze niet één keer meegemaakt, maar talloze malen. Iedere keer als ze in een soortgelijke situatie dreigde te komen, draaide ze de film af van deze traumatische ervaring. Niet de ervaring zelf was het probleem, maar het feit dat ze de herinnering keer op keer als een slechte B film bleef afspelen in haar hoofd. “Ik wil je wat vragen,” vertelde ik haar. “Ik wil je vragen om de film van de gebeurtenis af te spelen, maar anders dan je normaal doet. Begin aan het einde van de film en speel de film achterstevoren af. Je begint dus bij het einde en gaat door naar het begin op het moment dat alles nog goed was. Terwijl de film afspeelt, zet je er een grappig muziekje onder, bijvoorbeeld een circusmuziekje.” Ik begeleide haar in dit proces en zorgde ervoor dat ze de film meerdere keren achterstevoren afspeelde, met daarbij humor en ontspanning. Na een aantal keren dit gedaan te hebben vroeg ik haar om de negatieve film nogmaals af te spelen. “Dat lukt niet,” vertelde ze me verbaasd. “Iedere keer als ik dat probeer zie ik de film achterstevoren en loopt er van alles door elkaar.” Zichtbaar deed ze haar best, maar hoe meer ze het probeerde, hoe meer ze moest lachen. Ze was niet meer in staat om de oude herinnering op te roepen en daarmee het negatieve gevoel op te roepen. Haar brein had een nieuwe verbinding gemaakt. Kleine ruimtes was nu niet meer verbonden met spanning en stress, maar met humor en ontspanning. Door deze nieuwe verbinding in haar brein, was haar mentale voorbereiding anders en kon ze zich -eenmaal in de lift- ontspannen. De lift was gewoon “een lift” en niet meer verbonden met gevoelens van angst en benauwdheid. Ze stapte in de lift en met een gevoel van rust liet ze zich verplaatsen naar de bovenste etage.


Techniek: loskomen van je verleden
Deze techniek is vooral geschikt voor het ongedaan maken van vervelende gebeurtenissen uit het verleden. Gebeurtenissen uit het verleden waar je nog steeds last van hebt.

Stap 1. Denk aan de vervelende gebeurtenis uit het verleden. Laat de film in je hoofd nu voor de laatste keer afspelen.

Stap 2. Stel jezelf voor in een bioscoop. Je zit ergens achterin de zaal te kijken naar een klein scherm in de verte. Dadelijk ga je de film uit het verleden afspelen. Let op: het is geen gewone bioscoop. Deze bioscoop kan alleen zwart-wit films afdraaien en de films achterstevoren laten zien.

Stap 3. Laat de film wederom afspelen, nu in zwart-wit en terug uit. Je begint dus bij het einde en gaat door naar het begin op het moment dat alles nog goed was. Terwijl de film afspeelt, zet je er een grappig muziekje onder, bijvoorbeeld een circusmuziekje.

Stap 4. Probeer je tevergeefs slecht te voelen over de situatie. Herhaal deze techniek net zo vaak totdat het terugdenken aan de situatie je een neutraal of nonchalant gevoel oplevert.


We zijn wat we herhaaldelijk doen.
Wil je iets veranderen, dan zul je je gewoontes moeten veranderen
– Aristoteles –

Eén van de meest eenvoudige technieken én met de grootste impact die ik mijn cliënten leer is die van de prullenbak. Ik weet nog goed dat ik een cliënt had die last had van zich overmatig zorgen maken. Marloes maakte zich zorgen over van alles en nog wat. Over wat ze had gezegd tegen een collega een week geleden tot wat ze in het weekend zou moeten eten. “Soms word ik gewoon gek van mezelf,” vertelde ze. “Aan het einde van de dag merk ik dat ik uitgeput ben en hoofdpijn heb. Maar ik weet niet goed wat ik moet doen om me beter te voelen.” Ik legde haar uit dat ze er een gewoonte van had gemaakt om te denken. Ze was hier zo goed in geworden dat ze het denken niet los kon laten en dit voortdurend deed. “Ik ga je een nieuwe gewoonte aanleren,” vertelde ik haar. “Iedere keer als je een gedachte hebt, groot of klein, positief of negatief, wil ik je vragen om deze in je mentale prullenbak te stoppen.” Verbaasd keek ze me aan, “Hoe bedoel je, mentale prullenbak?” “Gedachten zijn slechts gedachten.” Vertelde ik haar. “Ons brein is uitermate creatief, niet alleen in het creëren van problemen maar ook in het vinden van oplossingen. Ik wil je vragen om een mentaal plaatje te maken van een prullenbak. Eentje met een deksel, dat is de enige voorwaarde.” Keurig deed ze wat ik haar opdroeg, alhoewel ze het een wat kinderachtige opdracht vond merkte ik. “Ons brein denkt in beelden en films en hierin zit de oplossing. Iedere keer wanneer je een negatieve gedachte hebt wil ik je vragen om deze in de prullenbak te stoppen. Deksel open, gedachte erin en deksel weer erop.”

Ik besloot om de opdracht te oefenen om te zien hoe haar brein hiermee omging. “Heb je nu een gedachte?” vroeg ik haar. “Ja, die heb. Over hoe belachelijk ik deze opdracht vindt.” “Okay, perfect” reageerde ik. “Merk op hoe deze gedachte zich manifesteert, in een specifiek beeld of meer in de vorm van een film, en plaats het vervolgens in de prullenbak. Dat is het.” “Dat lukt,” vertelde ze me blij. “Het lukt!” “Ok, mooi! Dit gaan we nog een keer oefenen.” Denk aan iets, waar dan ook aan, en plaats deze gedachte weer in je prullenbak. Wat gebeurt er vervolgens?” “De gedachte verdwijnt!” zei ze verbaasd en op gelucht tegelijkertijd. Na een aantal keren dit te hebben geoefend werd het steeds stiller in haar hoofd. De gewoonte van het creëren van gedachten over van alles en nog wat maakte plaats voor de nieuwe gewoonte om het hoofd leeg te houden. In plaats van te malen en gedachten keer op keer zich te laten herhalen, was een gedachte nu iets wat zich slechts eenmalig voordeed waardoor de impact veel kleiner was op het denken, doen en voelen.


Techniek: prullenbak voor het opruimen van negatieve gedachten
Wanneer je last hebt van negatieve gedachten kan dat dit je dagelijkse leven en humeur danig beïnvloeden. Het beste kan je er dan ook voor zorgen dat je deze negatieve gedachten kwijt bent. Met de volgende techniek kun je stap voor stap op een eenvoudige manier je negatieve gedachten opruimen.

  1. Ga na welke negatieve gedachte je wilt aanpakken. Dit kan een kleine of grote gebeurtenis zijn, recent of langer geleden.
  2. Maak een beeld van deze negatieve gedachte. Als je alleen negatieve gevoelens of geluiden ervaart, stel je dan voor hoe die eruit zouden zien.
  3. Maak in je gedachte een voorstelling van een vuilnisbak.

Is deze dan groot of klein?

Welke vorm heeft de vuilnisbak?

Welke kleur heeft de vuilnisbak?

4.  Maak in je voorstelling de vuilnisbak open en gooi je negatieve gedachten in de
vuilnisbak.
Luister zelfs naar de “plof” die je hoort wanneer je negatieve gedachten de
bodem van de vuilnisbak raken. Denk eraan om de deksel op de vuilnisbak te doen
wanneer je klaar bent.

5. Gebruik de vuilnisbak keer op keer wanneer er een negatieve gedachte boven
komt
. Hoe vaker je dit doet, hoe makkelijker het wordt en hoe meer je onderbewuste
deze activiteit uiteindelijk overneemt en het automatisch doet.

 

2
nlp roze olifant

Hoofdstuk 1: Denk niet aan een roze olifant

De mens is wat hij is door de gedachten die hij gedurende de dag heeft

– Ralph Waldo Emerson –

Marloes, eén van mijn eerste cliënten was iemand die jarenlang in psychotherapie was geweest nam contact met me op. Nietsvermoedend nodigde ik haar uit om in mijn praktijk te komen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Ze was namelijk overal angstig voor. Dat begon al op het moment dat ze het huis uitging. Zodra ze de trein uitstapte op het centraal station van Amsterdam, begon de angst al. Ze was bang om tussen de perrons te vallen en er niet meer uit te kunnen. Zodra ze door Amsterdam liep, was ze bang om besmet te raken door een zwerver of drugsverslaafde. Wanneer ze bij mij de lange gang doorliep, was ze bang dat de deur achter haar op slot zou vallen en de deur voor haar ook. En dat ze vervolgens opgesloten zou zijn zonder dat iemand haar zag of hoorde. Ik gaf haar een hand, ze ging zitten en ik stelde haar de vraag: “waarmee kan ik je helpen?” Vervolgens ging ze zo’n 10 minuten praten over haar probleem. Het is dat ik haar onderbrak, anders had ze gerust nog een uur verder kunnen praten. Ze wist alles over haar probleem. Ze had vaker met psychotherapeuten en psychiaters gesproken, en wist precies de oorzaak, gevolgen, en essentie van haar probleem. Ze kon haar probleem in de meest prachtige, psychiatrische termen omschrijven. Dat was het probleem niet. Dus na 10 minuten onderbrak ik haar en stelde opnieuw de vraag: “waarmee kan ik je helpen? Wat wil je bereiken?” Alsof ik de afgelopen 10 minuten niet had gehoord wat ze vertelde, begon ze haar hele monoloog weer te herhalen. Dit keer onderbrak ik haar na 1 minuut. En ik stelde haar -enigszins plagerig- weer opnieuw mijn zelfde vraag. Glazig en als een hert gevangen in koplampen keek ze me aan. Ogenschijnlijk onverwoestbaar wilde ze haar verhaal opnieuw gaan vertellen. Ik besloot haar uit haar lijden te verlossen en een toelichting te geven op mijn observatie: “Marloes, ik stelde je de vraag wat je wilt. Wat je wilt bereiken. Wat jij hebt verteld is vooral wat je niet wilt. Ik weet nog steeds niet wat je wel wilt. Wat wil je echt?” Voor de eerste keer in haar leven liet ze deze -ogenschijnlijk eenvoudige- vraag tot haar diepste kern doordringen. De halve minuut die ze nadacht over deze vraag bleek achteraf de beste investering geweest te zijn ooit. Ze zei: “ik wil weer vrij zijn.” En ik vroeg haar: “wanneer heb je dit gevoel voor het laatst echt ervaren?” “Negen jaar geleden, op een feestje”. Ik vroeg haar om haar ogen dicht te doen en in gedachten eens terug te gaan naar dat feestje en op te merken wat ze zag, hoorde, en voelde. En het was alsof ze weer helemaal terug was. Haar gezicht begon te glimmen. Ze kreeg een lach van oor tot oor. En -terwijl ze haar ogen gesloten had- leek het alsof je de glinstering in haar ogen door haar oogleden heen kon zien. Na enkele minuten deed ze haar ogen open, en terwijl er een traan langs haar rechterwang liep, zei ze: “Dit is het”. “Dit is het gevoel waar ik al die tijd op zoek naar was”. “Dit is wat ik wil.” En terwijl we de eerste sessie afrondden, en zij langzaam maar zeker naar huis wandelde met een gevoel van vrijheid, euforie en verbinding, bemerkte ik bij mijzelf dat een gevoel van ongeloof en frustratie. Hoe kon het toch zijn dat deze vrouw, die jarenlang bij verschillende psychotherapeuten en psychiaters trajecten had doorlopen, gesprekken had gevoerd, nooit de vraag is gesteld: wat wil je? Altijd had de focus gelegen op het probleem. Op wat ze niet wilde. Maar hoe kun je datgene bereiken wat je wilt bereiken als je je steeds richt op wat je niet wilt? Het richten op wat je niet wilt zorgt er vooral voor dat je altijd aan het rennen bent. Maar uiteindelijk niet weet waar je naar toe gaat. je leeft in angst. En doordat je je zo richt op wat je niet wilt, zorgt je hele systeem ervoor dat je krijgt wat je niet wilt in plaats van wat je wel wilt.

De les die mijn cliënt leerde was het verschil wat het verschil maakte in haar leven. Vanaf die dag richte ze haar aandacht op waar ze naar toe wilde, wat ze wel wilde in het leven en hoe haar ideale leven eruit zou kunnen zien. Zo ging ze zichzelf dagelijks krachtvragen stellen, visualiseerde ze ´s ochtends haar ideale dag en ging ze zich omringen met positieve mensen en activiteiten. Haar leven veranderde van de ene op de andere dag. Niet door jarenlange psychotherapie of haar problemen continu te overdenken, maar door concrete en praktische actie te ondernemen. Ze bracht eenvoudige veranderingen aan in haar haar denken. Met als gevolg dat ze zich anders ging voelen en gedragen. Ze had geen speciaal talent op hoge opleiding. Ze kwam uit een eenvoudig gezin en had altijd hard moeten werken om zichzelf en haar kinderen te voorzien in levensonderhoud. Nu, jaren later, is ze succesvol auteur en trainer op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. De veranderingen in haar denken is iets wat iedereen kan doen. Er is geen speciaal talent, opleiding of denkniveau voor nodig. Gewoon de bereidheid om naar jezelf te kijken en het werk te doen wat nodig is om je denken blijvend en succesvol te veranderen. Wat je ook wilt in het leven, de eerste stap in het verkrijgen van vrijheid in je denken is erachter komen wat het is dat je wilt. Met het denken over wat je niet wilt bereik je uiteindelijk wat je niet wilt. Toch werkt ons brein zodanig dat we veelal automatisch en als eerste denken wat we niet willen en waar we niet naar toe willen.


De mate waarin je gelukkig bent
wordt bepaald door de kwaliteit van je denken

– Marcus Aurelius –

            Het is verbazingwekkend hoe de eenvoudige wet van “positieve formulering” door zo weinig mensen wordt toegepast, en tegelijkertijd, door zoveel mensen die problemen ervaren op mentaal, fysiek of emotioneel niveau, doen precies het omgekeerde. Keer op keer, in coaching en training, ontmoet ik mensen die last hebben van stress, weinig zelfvertrouwen, ongezond lichaam of een slechte relatie, en die voortdurend gedachten hebben over wat ze niet willen. “Ik wil af van mijn laag zelfbeeld”, “ik wil niet meer dik zijn” of “ik ben het zat om altijd maar ruzie te maken met mijn man”. Iedere keer dat je dit tegen jezelf zegt of voorstelt, activeer je precies datgene in je brein wat je niet wilt: “ik wil mijn laag zelfbeeld”, “Ik wil dik zijn”, “Ik maak altijd ruzie met mijn man” is hetgeen je onderbewuste hoort. Zolang je je gedachten blijft vullen met deze negatieve bewoordingen, blijf je bereiken wat je niet wilt. Wat je daarentegen nodig hebt om vrijheid te ervaren in je denken, doen en voelen is je gedachten vullen met hetgeen je wel wilt. Iedere keer wanneer je dit doet, zet je je brein de goede richting in. Onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 80% van hetgeen we tegen onszelf zeggen negatief is. Niet zo vreemd dat de meerderheid van de mensen hun doelen niet bereiken. Dat van het aantal mensen dat je op een dag ontmoet veel mensen emotionele, mentale, fysieke en sociale problemen ervaart. Mensen met weinig zelfvertrouwen, bang zijn om afgewezen te worden door anderen, stil zijn en zich niet durven uit te spreken. Ze nemen genoegen met een middelmatig leven, waarbij veiligheid en zekerheid de belangrijkste waarden zijn. Ze overeten, sporten niet of nauwelijks, klagen veel en zijn veel gestrest. Ze maken zich zorgen over het verleden of de toekomst en nemen genoegen met minder dan ze werkelijk kunnen bereiken.

Gedachten over wat je niet wilt, leidt tot hetgeen je niet wilt. Gedachten over wat je wel wilt, leidt tot hetgeen je wel wilt. Onderzoek heeft uitgewezen dat financieel succesvolle mensen vooral denken waar ze naar toe willen, wat ze willen bereiken en hoe ze dat gaan doen. Mensen met financiële problemen doen het tegenovergestelde. Ze denken vooral over wat er mis kan gaan. Beide soort gedachten zijn slechts gedachten. De werkelijkheid kan richting het ene scenario gaan of richting het andere. Maar bij wie denk je dat de kans het grootste is dat hij financieel arm zal zijn? Precies. Het is onwaarschijnlijk dat je krijgt wat je wilt als je je denken altijd zet in de richting van de kant die je niet op wilt. Stel jezelf twee personen voor. Persoon A heeft gedachten als “ik wil niet meer dik zijn”, “ik heb een hekel aan mijzelf voor wie ik ben” en “ik haat mijn werkgever die mij altijd op de huid zitten”. Persoon B heeft gedachten als “ik hou van mezelf” en “ik ben een gezellig en mooi mens”. Welke persoon heeft meer emotioneel balans denk je, persoon A of persoon B?


Ik kijk nooit naar de negatieve consequenties van gemiste kansen.
Als ik dat doe, dan denk ik altijd aan negatieve resultaten.

– Michael Jordan –

            De 15 jarige Michael speelde regelmatig basketbal met zijn 2 jaar oudere broer Leroy. Het was nooit zijn grootste passie, maar door de vele wedstrijdjes die hij met zijn broer hield raakte hij gemotiveerd om er beter in te worden. Op een dag kwam er in het schoolteam een plaats vrij. Hij en zijn broer reageerden beiden op de plaats en speelden een proefwedstrijd voor de coach. Tot grote teleurstelling voor Michael werd niet hij, maar zijn broer toegelaten. De reden die hij kreeg te horen? Gebrek aan talent, vaardigheid en bovenal was hij te klein om een goede basketballer te worden. Maar Michael hield vol en dacht aan het succes, positieve resultaten en een ander leven. Sinds het begin van zijn carrière maakt Michael Jordan, ’s werelds meest invloedrijke basketballer die ooit heeft geleefd, gebruik van een techniek bekend als positieve visualisatie. Zijn geheim tot succes in het leven? Richt je op wat je wilt, niet op wat je niet wilt. En Michael Jordan is niet de enige sporter voor wie positieve visualisatie centraal staat: ook Jack Nicklaus (één van werelds topgolfers), Tiger Woods (nog zo´n topgolfer), Arnold Schwarzenegger (acteur, sporter en gouverneur Californië), Jim Carrey (acteur) maken volop gebruik van “weten wat je wilt” om de nodige resultaten te bereiken.

 

Laten we eens kijken hoe de wet van Positieve Formulering werkt met een klein experiment…

Denk niet aan je ademhaling nu. Niet aan je ademhaling denken. Niet. Niet. Wat gebeurde er? Inderdaad, je dacht aan je ademhaling. Om ergens niet aan te denken, moet je er eerst aan denken. Zo werken onze hersenen nu eenmaal. “Ik word niet zenuwachtig voor die presentatie straks”. Wat gebeurd er? Je wordt zenuwachtig. Of wat dacht je van een typisch tandartsbezoek: “Rustig maar mevrouw, u hoeft nergens BANG voor te zijn. Ik ga een gaatje boren in uw kies, dat doet echt geen PIJN. Geen BLOED, geen open ZENUWEN, niks van dat ALLES.” Hoe bedoel je, communiceren met het onderbewuste? Overigens werkt dit ook in je communicatie met anderen. Een voorbeeld. Je hebt geen zin om op bezoek te gaan bij iemand en zegt: “nee sorry, ik kan niet vanavond.”. Hoe bedoel je, je kunt niet? Heb je je been gebroken en kun je niet lopen? Is je auto kapot? Hoe bedoel je, je kunt niet komen? Je wilt niet komen. Als je dat laatste woord gebruikt, dan communiceer je naar de ander en naar jezelf toe dat je een duidelijke, zelfverzekerde keuze maakt. Geen excuses, gewoon een duidelijke keuze. Maak een duidelijke keuze om je doel te gaan bereiken. Vroeg of laat, maar je gaat je doel bereiken. Geen excuses, geen willen, geen ruimte om je doel niet te bereiken. Wees duidelijk in je communicatie met je onderbewuste. Communiceren wat je wel wilt in plaats van wat je niet wilt is een kleine aanpassing in de communicatie naar onderbewuste, maar met een groot effect. Het is gebaseerd op het principe dat ons onderbewuste geen ontkenning kan vasthouden.


Ons onderbewuste kan geen ontkenning vasthouden
Om ergens niet aan te denken, moet je er eerst aan denken. Zo werken onze hersenen nu eenmaal. “Ik word niet zenuwachtig voor die presentatie straks”. Wat gebeurd er? Je wordt zenuwachtig. Ons onderbewuste kan het woordje “niet” of “geen” niet vasthouden. Voor het onderbewuste bestaan die woorden niet. Richt je je op wat je niet wilt, dan krijg je wat je niet wilde. Wel eens in een supermarkt geweest waar een moeder met kleine kinderen liep? Het kind loopt te loeren naar de dingen die het graag in het winkelmandje wilt stoppen. Uiteindelijk als het kind dan iets heeft wat lekker is, dan hoor je de moeder als eerste zeggen: “NIET in dat karretje stoppen!”. Als een kind wilt oversteken en de moeder roept: “NIET oversteken”. Wat gebeurt er in het brein van dit kind? Beelden van karretje of oversteken verschijnen. Wat doet het kind –vroeg of laat- ? Inderdaad, het snoep wordt in het winkelkarretje gestopt. En je moet het kind bij de kraag vatten om te voorkomen dat het gaat oversteken. Tenminste wel zolang je deze ontkenningen in je taalgebruik blijft verwerken. Je hebt het zelf wellicht ook ervaren wanneer een tandarts je vertelt: “Rustig maar, het doet geen PIJN. Het gaat niet BLOEDEN of wat dan ook. Ik ga er ook niet in STEKEN of PORREN.” Ahhhhh!!! Als je nog niet onrustig was, dan ben je het nu wel. Dank je wel tandarts voor deze bemoedigende woorden. En natuurlijk bedoelt de tandarts het goed (tenminste…), probleem is echter dat hij of zij niet weet hoe het onderbewuste woorden verwerkt. De woorden “niet” en “geen” worden genegeerd. De woorden pijn, bloeden, steken en porren blijven over. Probeer dan nog maar eens rustig te worden en met je bewustzijn te beseffen dat het woordje “niet” en “geen” er voor stonden. Dat is vechten tegen de bierkaai, want het onderbewustzijn is nu op de kast gejaagd en de emoties zijn geactiveerd (in termen van het brein: de amygdala is geactiveerd). Geen bewustzijn die daar tegenop kan boksen.


“Niet-succesvolle mensen visualiseren vooral wat ze niet willen dat er gebeurt.
Succesvolle mensen visualiseren wat ze wel willen.”

Omschrijf en Spreek Uit Wat Je Wel Wilt
We weten nu dat het onderbewuste geen ontkenning kan vasthouden. Iedere zin, doel of intentie die je voor jezelf uitspreekt met een ontkenning erin wordt door je onderbewuste geïnterpreteerd alsof de ontkenning er niet in staat. Woorden als “geen”, “niet” of “nooit” worden niet door je onbewuste radar opgepikt. In plaats daarvan worden tegenovergestelde programma´s geactiveerd. Toch gebruiken veel mensen in hun denken wel een ontkenning. Veel mensen denken dan aan hetgeen ze niet willen bereiken of wat ze niet willen. Hoe of wat ze niet willen denken of niet willen zijn. Ze willen niet meer dik zijn, niet meer ongezond leven en niet meer roken. Het probleem hiermee is dat we daardoor juist wel denken aan hetgeen we niet meer willen. Het gevolg is dat je jezelf voortdurend aan het hypnotiseren bent in hetgeen je niet wilt. Iedere keer als je denkt “ik wil niet meer dik zijn” worden de mentale programma’s van dik zijn geactiveerd en al het bijbehorende gedrag, gevoel en gedachten. Toen je in het voorbeeld niet mocht denken aan je ademhaling, dacht je als eerste aan je ademhaling. Je denkt automatisch aan datgene waar je niet aan mocht denken. Je moet er namelijk eerst aan denken voordat je er een kruis doorheen kan zetten. Je op het probleem richten -iets wat je niet wilt- zorgt er vooral voor dat je het probleem juist groter en groter maakt. Ons onderbewuste kan geen ontkenning vasthouden. Zodra ik aan je vraag om niet aan je ademhaling te denken komt als eerste het woord “ademhaling” bij je binnen en je gedachten gaan er direct mee aan de slag. Of je het woord “niet” nu wel of niet gebruikt is voor je onderbewuste irrelevant. Als je vrijheid wilt ervaren in je denken zul je je onderbewuste duidelijk moeten maken wat je wilt. Niet wat je niet wilt.


Slipcursus voor het trainen van je onderbewuste
Laatst sprak ik een instructeur die lesgeeft in slipcursussen. Per jaar ontvangt hij honderden cursisten die willen leren hoe ze in risicovolle situaties hun controle kunnen blijven houden op de auto. Deze instructeur had jarenlange ervaring en was inmiddels deskundig in het ontdekken van gedragspatronen bij mensen in gevaarlijke omstandigheden. Hij vertelde mij over een van de meest cruciale fouten die gemaakt word als mensen in een slip terecht komen: iedereen kijkt waar ze niet naar toe willen. Een natuurlijke vaardigheid van mensen is om gevaar te herkennen. Snel en automatisch. Er zijn dan 3 mogelijkheden: vechten, vluchten of bevriezen. De meeste mensen slaan dicht als ze niet goed weten wat ze moeten doen. Zeker in een auto. Je bent gericht op het gevaar, vervolgens sla je dicht en houdt het stuur richting het gevaar. Het gevolg is dat je daar naar toe gaat waar je juist niet wilt. Je komt terecht daar waar jij je focus, aandacht en blikveld op richt. Of je dit nu wilt of niet. Een van de eerste dingen die je geleerd krijgt in een slipcursus, is tijdens de slip je aandacht te richten op waar je wel naar toe wilt. Mensen die wel eens een slipcursus met de auto hebben gedaan, weten dit: zorg ervoor dat je daar naar kijkt waar je naar toe wilt. Wat doen echter de meeste mensen die in een slip raken? Ze kijken daar waar ze niet naar toe willen. Naar de boom, naar de berm of naar de paaltjes. Het onderbewuste is daar angstig voor en dus gaat daar de aandacht naar uit. Ons onbewuste systeem is als eerste gericht op gevaar, op wat het niet wilt. Die onbewuste neiging om ons te richten op hetgeen we niet willen werkt goed in noodsituaties waarin we vooral gericht moeten zijn op gevaar. Wil je je onderbewuste echter een goede kant opsturen, dan is het zinvol om je te richten op waar je wel naar toe wilt. Weten wat je wilt en vervolgens duidelijk voor ogen hebben waar je naar toe wilt gaan is cruciaal als je vrijheid wilt ervaren in je denken en het bereiken van je doelen. Zonder duidelijk eindpunt is er geen doel dat je kunt bereiken.

 

Oefening: 1 minuut schrijftechniek
Ik ga je een uitdaging meegeven. Denk komende 30 dagen alleen in termen van wat je (wel) wilt. Niet wat je niet wilt. Stel je voelt je zenuwachtig en dat gevoel vindt je vervelend. Zeggen tegen jezelf dat je je niet meer zenuwachtig wilt voelen, heeft een tegenovergesteld effect. Immers, je weet inmiddels dat je je hierdoor alleen nog maar meer zenuwachtig gaat voelen. In plaats daarvan zeg je bijvoorbeeld “ik wil mij rustig voelen” of je accepteert de gevoelens van “zenuwen” door erin mee te gaan: “het is prima dat ik mij zo nu voel”. Ik ga je nog een voorbeeld geven. Als je een collega gaat zien waar je normaal gesproken altijd boos om gaat maken of geïrriteerd door bent, bereid je je zelf voor op een andere manier dan je normaal doet. In plaats van te zeggen “ik maak mij altijd zo boos als ik hem zie” zeg je tegen jezelf “ik ben rustig en kalm zodra ik deze collega zie”. Verwijder dus alle ontkenningen of negatieve formuleringen uit je communicatie naar jezelf en anderen. Laten we hier direct eens mee oefenen.

 

Beeld je eens in: als alles mogelijk zou zijn….wat zou je dan hebben? Wat zou je doen? Wie zou je zijn? Hoe zou het zijn als jij jouw ideale lichaam zou hebben? Als jij volledige financiële onafhankelijkheid zou hebben, wat zou je dan doen? Hoe ziet jouw ideale week eruit? Stel jezelf de vraag: wat wil ik? Denk aan levensgebieden al relaties, carrière, gezondheid, vrienden, hobby’s, religie of spiritualiteit, geld, bijdrage leveren aan anderen, persoonlijke ontwikkeling. Pak een pen en papier en schrijf alles op. Schrijf zoveel als je kunt, ook al lijken sommige doelen nog zo hoog, belachelijk of onbereikbaar. Vraag jezelf af: wat zou ik graag willen bereiken, hebben of doen? Wat zijn jouw dromen en doelen? Wat als jij zou weten dat alles mogelijk is, wat zou jij dan willen? Fantaseer over wat er allemaal mogelijk is en wat je graag zou willen. Schrijf zoveel mogelijk op in maximaal 1 minuut. En belangrijk: alles wat je opschrijft formulier je positief. Dus in plaats van “ik wil niet meer angstig zijn” zeg je “ik wil vol zelfvertrouwen zijn”. In plaats van “ik wil geen slechte relatie meer met mijn partner” zeg je “ik wil een liefdevolle relatie met mijn partner”.

 

__________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________________

 

Heb je dat gedaan? Dan heb je zojuist iets gedaan wat alle succesvolle mensen doen: denken in termen wat je wel wilt in plaats van wat je niet wilt. Met een ander woord, gedachten hebben over wat je wilt en dit concreet ervaren in beelden, geluiden of innerlijke stem. Iedereen die succesvol is, op welk gebied dan ook, is goed in het creatief nadenken over mogelijkheden en hetgeen je wilt bereiken. En doen dit regelmatig. Belangrijk in deze eerste stap dat je gedachten hebt die je energie geven. Een gedachte die je graag –koste wat het kost- tot realiteit wilt maken. Laatst vertelde mij iemand dat ze maar niet in staat was haar doel te bereiken. Ik vroeg haar: “wat is je doel?” waarop ze zei: “Ach, joh, dat vind ik niet eens zo belangrijk. Als ik de dag maar doorkom, dan ben ik al tevreden. Dat is alles wat ik wil.” Hoe nobel van haar! Als ze de dag maar doorkomt. Het probleem met dit doel was dat het haar helemaal niet motiveerde om er ook echt volledig voor te gaan. Ik begreep haar wel, maar de wijze waarop ze haar doel formuleerde zorgde onbewust voor een lege motor. Een onaantrekkelijke gedachte is als een auto zonder benzine. Kan leuk zijn om naar te kijken, maar het gaat je niet van A naar B helpen. Het brengt je nergens. Sterker nog, een auto zonder benzine kan je zelfs frustratie en boosheid opleveren als je een reis wilt maken en dit lukt niet. Het hebben van gedachten over hetgeen je niet wilt of niet gemotiveerd bent om te bereiken, kost een hoop energie en brengt je uiteindelijk niet naar datgene waar je naar toe wilt gaan. Ik noem dit 5-jes of 6-jes gedachten of doelen. Het zijn doelen die er niet echt toe doen. Ook als je ze haalt, ook prima als je ze niet haalt. Er zit in dit soort doelen geen brandstof om daadwerkelijk tot actie over te gaan. Middelmatige, zwakke doelen activeren weinig gedachten en emoties. Je denkt er weinig over na. En als je het al doet dan gebeurt er niet zoveel in je systeem. Grote, aantrekkelijke doelen doen het tegenovergestelde. Het is als een verliefdheid die je overkomt. Je denkt er voortdurend aan. Je bent er mee bezig en “het” houdt je bezig. Bij alles wat je doet en doet, het is er. Cruciaal wanneer je iets wilt bereiken is dat het een doel is waar je verliefd op kunt worden. Die bezighoudt en zelfs ´s nachts wakker houdt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

6