Hoofdstuk 3: Onze mentale bioscoop

Het beste aan het verleden is dat het voorbij is
Het beste aan de toekomst is dat het nog niet is begonnen
Het beste aan het heden is dat het hier en nu is

– Richard Bandler –

Zie wat er gebeurt. Linda had een traumatische ervaring. Had. En gelukkig maar, dat alle traumatische ervaringen in het verleden hebben plaatsgevonden. Dat is namelijk precies de plek waar ze thuishoren: in het verleden. Het klinkt misschien flauw en overbodig om te zeggen dat ervaringen in het verleden thuis horen. Toch gaan we er in gedachten niet zo mee om. Probleem was niet dat Linda deze ervaring heeft gehad. Probleem was dat ze de ervaring keer op keer mentaal ging herhalen. In het hier en nu. Wat Linda deed was iets wat de meeste mensen doen: het blijven afspelen van vervelende gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Net zolang tot je hetzelfde gevoel weer opnieuw hebt. Therapeuten in de Freudiaanse traditie noemen dat catharsis of herbeleven en is het een “techniek” om het verleden te verwerken. Ik noem het het Syndroom van Stupidiodus. Terwijl de meeste therapeuten het erover eens zijn dat deze Freudiaanse techniek inmiddels achterhaald is, is dit wel de dagelijkse praktijk van veel mensen. Negatieve gebeurtenissen in het verleden worden keer op keer herhaald. Een meningsverschil met een collega, een ruzie met je partner, een onenigheid met een buurvrouw…..

“Ik denk, dus ik besta.” Een beroemde uitspraak van de Griekse filosoof Aristoteles. Het is mede door deze uitspraak dat we in afgelopen duizenden jaren steeds meer waarde zijn gaan hechten aan onze gedachten. We hebben onze gedachten bijzonder veel macht gegeven. Het is onze kracht en tegelijkertijd onze zwakte. Het vermogen van de mens om te denken heeft ons ver gebracht. Het heeft ervoor gezorgd dat we allerlei uitvinden kunnen doen, plannen kunnen maken en met elkaar kunnen samenwerken. Er gaat echter ook een grote zwakte schuil achter het vermogen om te denken. In de praktijk zijn je gedachten nogal eens negatief. Zo produceer je allerlei doemscenario`s over een toekomst die nog niet heeft plaatsgevonden. Zo bedenk je wat er allemaal mis kan gaan als je jouw dromen laat uitkomen. Of je gaat in gedachten terug naar het verleden en laat beelden voorbij komen van negatieve gebeurtenissen. Beelden van een ruzie die je hebt gehad, situaties waarin je hebt gefaald of boos bent geworden. Volledig nutteloos laat je de herinneringen keer op keer terugkomen en beïnvloedt het je denken, doen en voelen in het hier en nu. Gedachten zijn functioneel wanneer je plannen en afwegingen maakt en beslissingen moet nemen. Ze worden echter belemmerend wanneer je negatieve ervaringen maar blijft herhalen in je hoofd. Of wanneer je beelden van toekomstige situaties voor je gaat zien. Situaties die nog niet hebben plaatsgevonden en wellicht of waarschijnlijk ook nooit zullen gaan plaatsvinden.


Herkennen van jouw interne bioscoop
Laatst zei één van mijn deelnemers tegen me: “Volgens mij maak ik helemaal geen beelden. Toch voel ik mij vaak angstig als ik bijvoorbeeld een prestatie moet leveren op mijn werk. Kan dat?” Het is een veelgehoorde opmerking. Ik vertelde: “Probleem van mentale films is dat je veelal niet in de gaten hebt wat je aan het doen bent. Het is zo´n gewoonte geworden dat je niet meer door hebt dat je negatieve films aan het bekijken bent.” Terwijl ik dit aan het vertellen was zag ik door zijn oogbewegingen dat hij zelfs op dit moment bezig was met het maken van mentale beelden. Ik besloot er niet langer over te praten en hem gewoon te laten kijken naar zijn eigen mentale bioscoop. Ik vertelde hem: “Jeroen, ik ga het makkelijk maken voor je. Een snelle manier om je bewust te worden van je mentale bioscoop is verrassend genoeg: meditatie. Wees gerust, we gaan niet 20 minuten met onze ogen dicht zitten. 1 minuut is al voldoende”. Ik vroeg Jeroen om in gemakkelijke, maar alerte positie plaats te nemen, zijn ogen te sluiten en zich te richten op zijn ademhaling. Dat is alles. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, zeker voor iemand zoals Jeroen die nog nooit eerder heeft gemediteerd. Dat was ook mijn bedoeling. Ik wist dat de aandacht van Jeroen binnen die minuut talloze malen weg van zijn ademhaling zou zijn. Wat gebeurt er wanneer je probeert te mediteren? Precies. Je aandacht gaat voortdurend van de ene gedachte naar de andere. Of anders gezegd: van het ene beeld naar het andere beeld. Dit is precies exact wat er bij Jeroen ook gebeurde. Terwijl Jeroen -ongewild weliswaar- beelden aan het bekijken was in zij mentale bioscoop vroeg ik hem: “Wat zie je? Welke beelden komen er langs?” Ik gaf Jeroen de tijd en na enkele seconden instrueerde ik nogmaals: “Iedere keer als je verwikkeld raakt in een bepaalde gedachte, dan keer je weer terug naar je ademhaling.” Ik wist dat Jeroen op deze manier onherroepelijk geconfronteerd zou worden mij de beelden in zijn hoofd. Na een minuut opende Jeroen spontaan zijn ogen en vertelde: “Dit was ongelooflijk. Ik maak inderdaad beelden. Ik was mij er nooit zo van bewust, maar iedere keer als ik mijn aandacht op mijn ademhaling richtte, dan kwam er na enkele seconden weer allerlei beelden van langs. Herinneringen, maar ook beelden van de dingen die ik vandaag nog moet doen. Ik moet zo nog langs de supermarkt en dat zag ik mijzelf doen ik gedachten.” Jeroen was verbijsterd van de eenvoudige ontdekking dat ook hij continu beelden maakt. “Zou het kunnen zijn dat mijn mentale beelden de oorzaak zijn van de angst die ik vaak ervaar?” Ik legde Jeroen uit dat beelden ongemerkt invloed uitoefenen op hoe je denkt, doet en voelt. Het is de reden dat je je in bepaalde situaties angstig voelt. Of stress ervaart. Of neerslachtigheid. Maar ook met plezier terugdenkt aan een leuke gebeurtenis. Of uitkijkt naar een toekomstige situatie.

Een andere eenvoudige test die ik vaak met mensen doe is de volgende. Beantwoord eens de volgende vragen: hoeveel poten heeft het favoriete meubel in jouw huis? Hoeveel ramen heeft je woonkamer? Welke kleur heeft jouw voordeur? Om deze vragen te kunnen beantwoorden moet je beelden maken. Sommige beelden zijn heel groot, helder en vol kleur. Andere zijn klein, vaag en zwart-wit. Iedereen denkt in beelden. Pak maar eens een voorwerp en bekijk het goed. Sluit vervolgens je ogen en zie het voorwerp in gedachten voor je. Doe weer je ogen open, bekijk wederom het voorwerp met je ogen open. Sluit nu weer je ogen en zie het voorwerp in gedachten. Nu met nog meer details dan de vorige keer. Wat zie je met je ogen dicht? Exact het voorwerp!


De reden dat mensen problemen hebben is dat ze te veel tijd hebben om te denken.
– Richard Bandler –


We denken in beelden
Waar Jeroen achterkwam was iets wat de Griekse filosoof Aristoteles meer dan 2000 jaar geleden al had ontdekte: we denken in beelden. Ofwel in de vorm van stilstaande foto’s of in bewegende films. Sterker nog: het is onmogelijk om te denken zonder beelden. Om de eenvoudige vragen in de vorige paragraaf te kunnen beantwoorden heb je bewust of onbewust één of meerdere beelden moeten maken. Als je gaat nadenken over wat je morgen allemaal gaat doen, dan zie je de beelden in je hoofd van mogelijke activiteiten en situaties. In je hoofd heb je een mentale bioscoop die doorlopend voorstellingen heeft lopen. Een voorbeeld van beelden die we allemaal kennen zijn ons dromen. We zijn verwikkeld in onze mentale bioscoop alsof we alles in werkelijkheid beleven. De kleuren, scherpte en diepte van de beelden zijn in onze dromen zo realistisch dat ze niet van echt zijn te onderscheiden. Herinneringen uit het verleden kunnen op een soortgelijke manier werken. Maar ook gedachten over de toekomst of visualisaties van gebeurtenissen die (nog) nooit hebben plaatsgevonden. We denken in beelden. Veelal onbewust. De reden dat sommige mensen hieraan twijfelen is dat de beelden soms zo snel en daardoor onbewust in het brein aanwezig zijn. Als je vrijheid wilt ervaren in je denken, doen en voelen, dan is het essentieel om bewust te worden van de manier waarop je denkt. Dat je de bouwstenen van je gedachten leert herkennen en veranderen. Jouw gedachten bestaat uit vijf verschillende bouwstenen. Wanneer je denkt, doe je dat door het maken van beelden (of films), geluiden, gevoelens, geur en smaak. Wat gebeurt er in je gedachten als ik je vraag naar jouw lievelingsgerecht? Je ziet het gerecht voor je, wellicht kijk je door je eigen ogen of zie je jezelf. Wellicht praat je tegen jezelf en ruik of proef je het gerecht zelfs in je mond. Wat heb je gisterenochtend gedaan? Wederom, je ziet een beeld of film, met jezelf erin of je kijkt door je eigen ogen. Negatieve gevoelens, zoals angst, verdriet, woede worden veroorzaakt door slechte, negatieve beelden. Problemen ontstaan doordat je films en beelden gaat bekijken van dingen die je angstig maakt, verdrietig of boos. Je maakt de films levensgroot, vol actie en kleur. Je praat negatief tegen zichzelf met bijvoorbeeld een harde, scherpe stem. Mensen die angstig zijn om een presentatie te geven, zien zichzelf op mentale foto´s en bewegende beelden mislukken. Op allerlei manieren en in vol detail. Voordat de presentatie daadwerkelijk plaatsvindt, is de film al duizenden keren afgespeeld en ben je dodelijk nerveus.

Denk eens aan een toekomstige gebeurtenis waar je tegenop ziet, bijvoorbeeld omdat het angst of zenuwen oproept. Om deze angst of zenuwen te voelen moet je -toen ik het je vroeg- beelden zijn gaan bekijken die de angst hebben geactiveerd. Beelden waarin je er zelf niet goed afkwam. Het probleem is niet dat we beelden maken. Net zoals Jeroen met een eenvoudige oefening ontdekte dat hij beelden maakte, doen we dit allemaal doorlopend. Wanneer je nadenkt over het verleden of toekomst. Het maken van beelden is wat je doet wanneer je “denkt” en “gedachten” hebt. Waar de meeste mensen zich veelal niet van bewust zijn is het feit dat beelden een enorme invloed hebben op hoe je je voelt en wat je doet. Het verklaart waarom je:

 

  • angstig wordt van situaties die nog moeten plaatsvinden in de toekomst
  • gemotiveerd bent om doelen te bereiken
  • je doelen eerder nog niet hebt bereikt
  • verdrietig wordt over ervaringen uit het verleden
  • je kwaad kunt maken over wat iemand gisteren zei of deed

Problemen ontstaan wanneer je allerlei negatieve scenario´s gaat zien van gebeurtenissen die nog niet hebben plaatsgevonden. Of wanneer je de beelden blijft terugkijken van negatieve gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden. Kortom, wanneer je gedachten hebt -in de vorm van foto´s of films- die je tegen werken om je te voelen hoe je graag wilt voelen. Wanneer het je beperkt om emotionele vrijheid te ervaren. Laten we eens kijken naar een aantal voorbeelden waarin de kracht van beelden duidelijk wordt…


Teleurstelling vereist de nodige voorbereiding
– Richard Bandler –

Jouw Slechte B-films I: Chocoladekoekjes
Ken je dat gevoel? Je hebt een pakje koekjes in dat ene kastje liggen of dat heerlijke stuk chocolade in de voorraadkast. Maar je hebt als doel gesteld om gezonder te gaan eten en minder te snoepen. En dus probeer (!) je om niet te denken aan de koekjes die in de kast liggen. Maar hoe harder je probeert om er niet aan te denken, hoe moeilijker dat wordt. Je ziet je zelf in je hoofd al dat pakje koekjes of die reep chocolade eten. En je houdt het misschien 5 minuten vol, misschien 30 of zelfs een uur…maar er komt een moment op die avond dat je de drang niet langer kunt weerstaan. Dat heeft niets met de koekjes te maken. Die zijn immers weggeborgen en kun je niet eens zien, ruiken of voelen. Het komt omdat je je mentaal aan het kwellen bent. Het zijn de gedachten in de vorm van beelden, geur en smaak die ervoor zorgen dat je een onweerstaanbare drang krijgt in de chocoladekoekjes en je doel van gezond eten daarmee niet haalt. Welk doe je je zelf ook stelt, als je het doel daadwerkelijk wilt bereiken zul je controle willen krijgen over de beelden die je in je hoofd maakt.

Jouw slechte B-films II: Presentatie-Angst

Stel je voor dat je over een aantal weken een presentatie moet geven en je bent je nu al zenuwachtig aan het “maken”. Het is niet de presentatie waar je zenuwachtig door bent. De presentatie moet immers nog plaatsvinden. Het zijn de gedachten die voor het vervelende gevoel zorgen. Weet je wat het verschil is tussen mensen die vol zelfvertrouwen een presentatie geven en anderen die zenuwachtig zijn? Ze hebben hele verschillende beelden in hun hoofd ter voorbereiding op hun presentatie. Mensen die zenuwachtig zijn, hebben allerlei slechte B-films in hun hoofd. Ze zien zichzelf de presentatie houden waarbij er van alles misgaat. Ze zien zichzelf zweten, het publiek dat ze uitlacht en niet meer weten wat je moet zeggen. Hoe zit dit bij mensen die vol zelfvertrouwen voor een groep kunnen staan? Hoe doen zij dat? Dit heeft alles te maken met de mentale voorbereiding. Mensen die vol zelfvertrouwen een presentatie geven hebben een hele andere mentale voorbereiding. Zij zijn in staat om negatieve beelden letterlijk opzij te schuiven. In plaats daarvan zien ze in gedachten een publiek dat vol interesse aan het luisteren is. Ze zien zichzelf rustig en vol zelfvertrouwen de presentatie geven. De mentale bioscoop van een goede presentator en een slechte presentator zijn wezenlijk anders. Wil jij een doel bereiken dan is het van essentieel belang dat jouw plaatjes in je hoofd overeenkomen met het doel. Wil je leren om vol zelfvertrouwen goede presentaties te geven? Dan moet je de slechte B-films waarin je presentaties verpest, weggooien en vervangen voor films waarin je jezelf een goede presentatie ziet geven. Een voorstelling waarin jij de hoofdrol speelt en vol zelfvertrouwen, rust en kracht voor een groep staat.

 

Slechte B-films III: Traumatische ervaringen

Een extreem voorbeeld van de enorme invloed die onze mentale bioscoop op ons kan hebben is mensen met zogeheten Posttraumatische Stress Stoornis (PTST). Mensen met PTST hebben in het verleden een traumatische ervaring gehad, bijvoorbeeld een oorlog, verkrachting of brand, en worden in gedachten nog dagelijks geconfronteerd met de beelden. Elke dag weer draaien ze de film in hun hoofd af. Alles wat toen is gebeurd, laten ze regelmatig terugkeren in hun eigen mentale bioscoop. Veelal vol kleur, beweging, geluid en spannende cameraopstellingen. Ze beleven de ervaring uit het verleden elke dag weer opnieuw. Niet in werkelijkheid, maar in gedachten. Voor het lichaam en de geest is er echter geen verschil tussen of iets in werkelijkheid weer opnieuw plaatsvindt of “slechts” in gedachten. De effecten zijn er niet minder om. Als je je maar iets levendig genoeg voorstelt met voldoende kleur en beweging, maakt het voor het brein geen verschil of iets op dat moment echt gebeurt of alleen in je hoofd afspeelt. Het heeft een directe invloed op je stemming en daarmee op je gedrag.


Gedachten beïnvloeden de chemische processen in je brein
Recent wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het levendig voorstellen van een activiteit dezelfde neuronen activeert als het daadwerkelijk uitvoeren van dezelfde activiteit in werkelijkheid. Onze hersenen bevatten miljarden cellen (neuronen) die in staat zijn om met elkaar te communiceren via neurotransmitters. Onze gedachten hebben de invloed om neurotransmitters te blokkeren of juist te activeren. Zodra neurotransmitters worden geblokkeerd of geactiveerd ontstaan er emoties, zoals stress, depressie, boosheid, angst, maar ook liefde, plezier, passie en innerlijke rust. Laten we een experiment doen. Denk eens aan de belangrijkste, leukste, liefste, meest waardevolle persoon in jouw leven. Zie hem of haar voor je –vol kleur, groot, scherp en aanwezig. Hoor wat hij of zij zegt, hoe het gezegd wordt en voel hoe dat bij je binnenkomt. Maak de beelden nog groter en kleurrijker. Zie de persoon voor je en maak het beeld zo aantrekkelijk mogelijk. Voel hoe dat voelt in je lichaam en verzink in dat gevoel……

In deze eenvoudige oefening ervaar je al hoe krachtig een beeld kan werken. Je voelt je positief wanneer je een positief beeld maakt. Zo eenvoudig is het. Nadat je je brein de instructie hebt gegeven om een beeld te maken van iemand, worden er allerlei neurotransmitters in je brein geactiveerd. Deze neurotransmitters zorgen ervoor dat je een gevoel ervaart. Dus jij geeft een instructie aan je brein voor het maken van een beeld, vervolgens wordt dat beeld gemaakt en zorgt dat ervoor dat een combinatie van neurotransmitters wordt geactiveerd. Het eindresultaat van dit proces is dat je een emotie ervaart. Je voelt je bijvoorbeeld vrolijk, optimistisch, of liefdevol. Nu is dit een eenvoudig experiment. In de volgende paragraaf lees je enkele verbluffende resultaten van hetgeen neurowetenschappers de afgelopen decennia hebben ontdekt: de kracht van onze gedachten.


Harvard´s piano onderzoek
Neurowetenschappers aan Harvard universiteit leerden proefpersonen een eenvoudige combinatie van een pianospel. Een beginners deuntje waarbij ze al hun vijf vingers voor nodig hadden. Ze werden geïnstrueerd om dezelfde oefening hiervoor te doen voor twee uur per dag en dit vijf dagen achter elkaar. Een andere groep oefenden hetzelfde pianospel, niet fysiek maar “slechts” in gedachten. Ook deze groep oefende het deuntje twee uur per dag voor vijf dagen achter elkaar. Aan het einde van de vijf dagen onderzochten de wetenschappers het brein van beide groepen proefpersonen. De conclusie van de wetenschappers: er was geen verschil in het brein te zien tussen de groep die het pianospel in werkelijkheid oefenden en de groep die dit in gedachten deed. Het deel van het brein dat verantwoordelijk was voor het pianospel was in beide groepen significant gegroeid als gevolg van de oefening. Dit was niet de enige conclusie van het onderzoek. De wetenschappers waren ook nieuwsgierig naar de vaardigheid van de proefpersonen om het pianospel in werkelijkheid te kunnen laten horen. Wederom was de conclusie van het onderzoek verbluffend. De groep die het pianospel slechts in gedachten had gerepeteerd -en dus met geen vinger een piano had aangeraakt- was bijna even goed in het laten horen van het muziekstuk als de andere groep. Na slechts 1 dag fysiek oefenen op een piano waren ze zelfs even goed geworden als de andere groep die dit vijf dagen lang had gedaan. Onderzoekers van het medisch onderzoekscentrum Cleveland Clinic besloten om het onderzoek van Harvard te herhalen en ontdekten nog meer. De proefpersonen die het pianospel fysiek hadden geoefend lieten een toename van vingerkracht zien van 53% na 12 weken oefenen. De groep die het pianospel in gedachten had gedaan, zonder daarbij de vingers hebben getraind, liet een stijging van 35% in de kracht van hun vingers zien.

Onderzoekers onder leiding van dr. Verdelle Clark van Wayne State University wilde achterhalen in welke mate visualisatie -het bewust creëren van beelden in ons brein- de fysieke sportprestaties beïnvloed. Vooraf werden basketballers geselecteerd en werd van alle spelers de zogeheten “vrije worp” score bepaald. Dit werd gebruikt als objectief criterium om de prestaties voor en na het experiment goed met elkaar te kunnen vergelijken. Vervolgens werden de spelers willekeurig in drie groepen verdeeld. De eerste groep mocht 30 dagen lang geen bal aanraken, maar moesten dagelijks een visualisatie-oefening doen van de vrije worp. De tweede groep spelers ging fysiek de vrije worp oefenen, elke dag een uur. De derde groep deed niets, zowel niets fysiek als mentaal. Na 30 dagen werd opnieuw de vrije worp score vastgesteld en de resultaten waren verbluffend:

– Groep 1: Had slechts mentaal geoefend. Deze groep liet een gemiddelde verbetering zien van 23% na 30 dagen visualisaties (onder specifieke subgroepen steeg dit percentage zelfs tot 38%). Zonder ook maar een bal aan te raken!

– Groep 2: Had fysiek geoefend. Deze groep liet een gemiddelde verbetering zien van 24% na 30 dagen oefenen.

– Groep 1: Noch fysieke, noch mentale oefening. Deze groep liet géén verbetering zien in de vrije worp.

Na dit onderzoek zijn er talloze soortgelijke onderzoeken geweest die de kracht van onze gedachten bevestigen. Het zijn uiteenlopende onderzoeken met dezelfde conclusie: onze gedachten zijn van grote invloed op hoe we ons voelen en waartoe we in staat zijn. Niet alleen bij sportieve doelen, maar bij elk doel waarbij je je vaardigheden, gedrag, overtuigingen en waarden op een hoger niveau wilt brengen.


Het plastische brein
Hoe werkt dit nu in je brein? Hoe kan het zijn dat het je levendig voorstellen van gedrag of vaardigheid hetzelfde effect heeft als het werkelijk uitvoeren van het gedrag? Wanneer we ons iets voorstellen is het voor het brein alsof dat daadwerkelijk plaatsvindt. Dit komt omdat ons brein “plastisch” is, ook wel bekend als “neurale plasticiteit”. Eenvoudig gezegd betekent dit dat je brein kneedbaar is. Je brein past zich aan aan de ervaringen die je hebt, de emoties die je dagelijks ervaart en de gedachten die je hebt. Datgene wat je regelmatig denkt, doet of voelt laat een afdruk na in je brein. Het brein van een professionele schaker ziet er in specifieke gebieden van brein ontwikkelder uit dan van iemand anders. Hetzelfde geldt voor iemand die piano, viool of gitaar heeft leren spelen. Als gevolg van het regelmatig oefenen van de vaardigheid is het brein zich in dit gebied gaan ontwikkelen. In hersenscans kunnen we tegenwoordig zien dat er meer vertakkingen zijn ontstaan.

Uitgebreid onderzoek wijst uit dat hetzelfde proces plaatsvindt bij de gedachten die we hebben. Als je het jezelf hebt “aangeleerd” om regelmatig negatieve gedachten te hebben, dan is dit terug te vinden in je brein. Het negatieve denken is een vaardigheid geworden waarin je expert bent geworden. Heeft je brein eenmaal een pad aangelegd, gaat het het liefste dat pad aflopen. Dus heb je vaak negatieve gedachten, dan wordt het op den duur steeds makkelijker en voelt het zelfs “fijn” aan om negatief te denken. Je kunt het vergelijken met wanneer je links- of rechtshandig bent. De ontwikkelde arm is sterker dan de andere en het is die arm die je het liefste en makkelijkste gebruikt. Het goede nieuws is dat je brein dus ook positief te ontwikkelen is. Net zoals je het jezelf kunt aanleren om “goed” te worden in negatief denken, kun je het jezelf aanleren om je negatieve denken zwakker te maken en je positieve denken sterker te maken. Het vereist oefening, omdat de neurale paden van negatief denken zo sterk zijn geworden dat je bij het minste geringste negatief gaat denken. Als je voor het eerst in de sportschool komt kan het zwaar en pijnlijk aanvoelen. Je doet oefeningen die je wellicht nooit eerder hebt gedaan. Het voelt ongemakkelijk en je krijgt spierpijn. Maar houd je vol en blijf je trainen, dan zul je na verloop van tijd merken dat je na verloop van tijd de positieve invloed ervaren op je lichaam en hoe je je voelt.


De meest gelukkige man van het dorp
In een klein dorp leefde eens een man die altijd gelukkig en vriendelijk was. Hij glimlachte veel en wist altijd positief te spreken met en over anderen. Na een ontmoeting met deze man voelde iedereen zich beter, gelukkig en lichter. Hij werd door zijn dorpsgenoten beschouwd als goede vriend. Eén van zijn dorpsgenoten was nieuwsgierig en wilde graag weten wat zijn geheim was. Hoe was het mogelijk dat hij altijd zo gelukkig leek te zijn? De man antwoordde, “Wanneer je rust in jezelf vindt vind je ook de rust in anderen. Vriendelijkheid en gelukkig zijn volgt dan automatisch. Belangrijk is dat je je gedachten onder controle hebt. De menselijke persoonlijkheid is als een geprogrammeerde robot. Je gedachten en gewoontes zijn programma’s die jouw persoonlijkheid vormen. Wanneer je de vrijheid hebt om zelf je eigen programma’s te kiezen, heb je toegang tot je innerlijke vermogens. Hiervoor moet je wel een hoop werk doen. Goede gewoontes en positieve gedachten moeten worden ontwikkeld. Dit is niet een eenvoudige taak die je in een dag kan volbrengen” benadrukte de man. “Leer om je gedachten tot rust te brengen. Vrij van negatieve beelden en vrij van negatieve gesprekken met jezelf.” “Is dat alles??” vroeg de dorpsbewoner. “Dat is alles. Zodra je dat kan, is de weg vrij om alles wat je wilt te bereiken en gelukkig te zijn.”

Dat is “alles”. Maar de vraag is natuurlijk: hoe doe je dat? Hoe ruim je je negatieve gedachten op? In de komende paragrafen ga ik je een aantal eenvoudige technieken leren. Doe ze regelmatig en je zult ontdekken dat het opruimen van negatieve gedachten een gewoonte wordt. Een automatisme waar je niet langer bewust over hoeft na te denken om het te doen…..

 

Het probleem is de oplossing
– Stephan Gilligan –
 

Angst voor de lift
Eén van de meest snelle interventies ik heb gedaan was in een lift in het World Trade Center Amsterdam. Terwijl we aan het wachten waren voor de lift naar beneden te komen, vertelde een vrouw van in de twintig me dat ze -normaal gesproken- liften koste wat het kost wist te vermijden. Ze was zichtbaar zenuwachtig en maakte ze zich zorgen over de ervaring die haar te wachten stond. Het feit dat ze nog niet in de lift zat én ze zich wel angstig voelde, was voor mij indicatie dat het probleem zat in de mentale processen die bij haar actief waren. Niet de werkelijke ervaring van in de lift zitten was het probleem, maar hetgeen ze in haar hoofd deed voorafgaand aan de ervaring. Ik wist dat ik weinig tijd had, maar was vastberaden om haar uit haar lijden te verlossen. De pijn die ze zichzelf oplegde was onnodig. Ik vroeg haar sinds wanneer ze last had van deze angst. Ze vertelde me: “Ik weet nog als de dag van gisteren dat ik als klein kind opgesloten zat in de bezemkast van mijn lagere school. Voor de grap ging ik in de kast zitten, maar wat ik niet wist was dat een klasgenoot de sleutel had omgedraaid en wegliep. Toen ik eruit wilde komen, lukte dat niet en kreeg ik het spaansbenauwd.

Na enkele minuten werd ik bevrijd en was ik opgelucht, maar die ervaring heeft me getekend voor het leven.” Sindsdien was ze bang voor kleine ruimtes uit angst dat ze er niet meer uit kon komen. Wat was er gebeurd? Deze ervaring had ze niet één keer meegemaakt, maar talloze malen. Iedere keer als ze in een soortgelijke situatie dreigde te komen, draaide ze de film af van deze traumatische ervaring. Niet de ervaring zelf was het probleem, maar het feit dat ze de herinnering keer op keer als een slechte B film bleef afspelen in haar hoofd. “Ik wil je wat vragen,” vertelde ik haar. “Ik wil je vragen om de film van de gebeurtenis af te spelen, maar anders dan je normaal doet. Begin aan het einde van de film en speel de film achterstevoren af. Je begint dus bij het einde en gaat door naar het begin op het moment dat alles nog goed was. Terwijl de film afspeelt, zet je er een grappig muziekje onder, bijvoorbeeld een circusmuziekje.” Ik begeleide haar in dit proces en zorgde ervoor dat ze de film meerdere keren achterstevoren afspeelde, met daarbij humor en ontspanning. Na een aantal keren dit gedaan te hebben vroeg ik haar om de negatieve film nogmaals af te spelen. “Dat lukt niet,” vertelde ze me verbaasd. “Iedere keer als ik dat probeer zie ik de film achterstevoren en loopt er van alles door elkaar.” Zichtbaar deed ze haar best, maar hoe meer ze het probeerde, hoe meer ze moest lachen. Ze was niet meer in staat om de oude herinnering op te roepen en daarmee het negatieve gevoel op te roepen. Haar brein had een nieuwe verbinding gemaakt. Kleine ruimtes was nu niet meer verbonden met spanning en stress, maar met humor en ontspanning. Door deze nieuwe verbinding in haar brein, was haar mentale voorbereiding anders en kon ze zich -eenmaal in de lift- ontspannen. De lift was gewoon “een lift” en niet meer verbonden met gevoelens van angst en benauwdheid. Ze stapte in de lift en met een gevoel van rust liet ze zich verplaatsen naar de bovenste etage.


Techniek: loskomen van je verleden
Deze techniek is vooral geschikt voor het ongedaan maken van vervelende gebeurtenissen uit het verleden. Gebeurtenissen uit het verleden waar je nog steeds last van hebt.

Stap 1. Denk aan de vervelende gebeurtenis uit het verleden. Laat de film in je hoofd nu voor de laatste keer afspelen.

Stap 2. Stel jezelf voor in een bioscoop. Je zit ergens achterin de zaal te kijken naar een klein scherm in de verte. Dadelijk ga je de film uit het verleden afspelen. Let op: het is geen gewone bioscoop. Deze bioscoop kan alleen zwart-wit films afdraaien en de films achterstevoren laten zien.

Stap 3. Laat de film wederom afspelen, nu in zwart-wit en terug uit. Je begint dus bij het einde en gaat door naar het begin op het moment dat alles nog goed was. Terwijl de film afspeelt, zet je er een grappig muziekje onder, bijvoorbeeld een circusmuziekje.

Stap 4. Probeer je tevergeefs slecht te voelen over de situatie. Herhaal deze techniek net zo vaak totdat het terugdenken aan de situatie je een neutraal of nonchalant gevoel oplevert.


We zijn wat we herhaaldelijk doen.
Wil je iets veranderen, dan zul je je gewoontes moeten veranderen
– Aristoteles –

Eén van de meest eenvoudige technieken én met de grootste impact die ik mijn cliënten leer is die van de prullenbak. Ik weet nog goed dat ik een cliënt had die last had van zich overmatig zorgen maken. Marloes maakte zich zorgen over van alles en nog wat. Over wat ze had gezegd tegen een collega een week geleden tot wat ze in het weekend zou moeten eten. “Soms word ik gewoon gek van mezelf,” vertelde ze. “Aan het einde van de dag merk ik dat ik uitgeput ben en hoofdpijn heb. Maar ik weet niet goed wat ik moet doen om me beter te voelen.” Ik legde haar uit dat ze er een gewoonte van had gemaakt om te denken. Ze was hier zo goed in geworden dat ze het denken niet los kon laten en dit voortdurend deed. “Ik ga je een nieuwe gewoonte aanleren,” vertelde ik haar. “Iedere keer als je een gedachte hebt, groot of klein, positief of negatief, wil ik je vragen om deze in je mentale prullenbak te stoppen.” Verbaasd keek ze me aan, “Hoe bedoel je, mentale prullenbak?” “Gedachten zijn slechts gedachten.” Vertelde ik haar. “Ons brein is uitermate creatief, niet alleen in het creëren van problemen maar ook in het vinden van oplossingen. Ik wil je vragen om een mentaal plaatje te maken van een prullenbak. Eentje met een deksel, dat is de enige voorwaarde.” Keurig deed ze wat ik haar opdroeg, alhoewel ze het een wat kinderachtige opdracht vond merkte ik. “Ons brein denkt in beelden en films en hierin zit de oplossing. Iedere keer wanneer je een negatieve gedachte hebt wil ik je vragen om deze in de prullenbak te stoppen. Deksel open, gedachte erin en deksel weer erop.”

Ik besloot om de opdracht te oefenen om te zien hoe haar brein hiermee omging. “Heb je nu een gedachte?” vroeg ik haar. “Ja, die heb. Over hoe belachelijk ik deze opdracht vindt.” “Okay, perfect” reageerde ik. “Merk op hoe deze gedachte zich manifesteert, in een specifiek beeld of meer in de vorm van een film, en plaats het vervolgens in de prullenbak. Dat is het.” “Dat lukt,” vertelde ze me blij. “Het lukt!” “Ok, mooi! Dit gaan we nog een keer oefenen.” Denk aan iets, waar dan ook aan, en plaats deze gedachte weer in je prullenbak. Wat gebeurt er vervolgens?” “De gedachte verdwijnt!” zei ze verbaasd en op gelucht tegelijkertijd. Na een aantal keren dit te hebben geoefend werd het steeds stiller in haar hoofd. De gewoonte van het creëren van gedachten over van alles en nog wat maakte plaats voor de nieuwe gewoonte om het hoofd leeg te houden. In plaats van te malen en gedachten keer op keer zich te laten herhalen, was een gedachte nu iets wat zich slechts eenmalig voordeed waardoor de impact veel kleiner was op het denken, doen en voelen.


Techniek: prullenbak voor het opruimen van negatieve gedachten
Wanneer je last hebt van negatieve gedachten kan dat dit je dagelijkse leven en humeur danig beïnvloeden. Het beste kan je er dan ook voor zorgen dat je deze negatieve gedachten kwijt bent. Met de volgende techniek kun je stap voor stap op een eenvoudige manier je negatieve gedachten opruimen.

  1. Ga na welke negatieve gedachte je wilt aanpakken. Dit kan een kleine of grote gebeurtenis zijn, recent of langer geleden.
  2. Maak een beeld van deze negatieve gedachte. Als je alleen negatieve gevoelens of geluiden ervaart, stel je dan voor hoe die eruit zouden zien.
  3. Maak in je gedachte een voorstelling van een vuilnisbak.

Is deze dan groot of klein?

Welke vorm heeft de vuilnisbak?

Welke kleur heeft de vuilnisbak?

4.  Maak in je voorstelling de vuilnisbak open en gooi je negatieve gedachten in de
vuilnisbak.
Luister zelfs naar de “plof” die je hoort wanneer je negatieve gedachten de
bodem van de vuilnisbak raken. Denk eraan om de deksel op de vuilnisbak te doen
wanneer je klaar bent.

5. Gebruik de vuilnisbak keer op keer wanneer er een negatieve gedachte boven
komt
. Hoe vaker je dit doet, hoe makkelijker het wordt en hoe meer je onderbewuste
deze activiteit uiteindelijk overneemt en het automatisch doet.

 

  • Nicole H

    Zou het iets kunnen zijn om met de gelukkigste man te eindigen. Wordt er gestimuleerd door om mentaal meer te trainen.

  • Frank Straube

    Technieken die ook bij hypnotherapie worden toegepast, leuk! Effectief ook, en je informatie over het brein en hoe je deze kunt trainen zijn ook aansprekend en bekend.
    Benieuwd hoe je jouw visie neerzet om van brein naar hart te gaan…